Your browser version is outdated. We recommend that you update your browser to the latest version.

 

 

 

 

 

De conciërge is de hoofdingang van de site.  In de veranda kan je als bezoekers ontdekken hoe de adel en de majesteit in die tijd leefden

en de toren van Enghien ontdekten.

Een ophaalbrug brengt u naar deze uitgebreide vierhoek, lengte 400 voet en breedte 300 voet, omgeven door grachten. 

 

 

    

                                                                                        

 

   
  1. Poorttorens
  2. Wachterstoren 
  3. Grondvesten van de westelijke waltoren     
  4. Gastentoren (“Gespleten toren” genoemd)
  5. Noordelijke waltoren 
  6. Keukentoren
  7. Vleugel Charles-Alexandre de Croÿ
  8. Kapel
  9. Vleugel Anne van Lotharingen
  10. Slottoren (Toren van Enghien)
  

                 

Van  beide  poorttorens  blijft  heden ten dage  enkel de  benedenverdieping  met dakterras over.  Elke toren heeft een tongewelf, een schouw en schietgaten. In de rechter poorttoren bevindt zich een boomstam die destijds  het  metselwerk  deed  barsten, getuige van een trieste periode. Aan de buitenkant van dezelfde toren kan men nog een hechtingspunt zien van de ophaalbrug. Een ijzeren hekken in Lodewijk XVI stijl sloot het voorplein af.

 

 De wachterstoren.

Bleef vanaf de XVIIe eeuw beperkt tot twee verdiepingen. Op het gelijkvloers zijn  de    sluitstenen van het gewelf versierd met het wapenschild van de familie Enghien.  Een    wenteltrap, in een veelhoekige traptoren, leidt naar het hogere verdiep. De  gang die    toegang  verschafte tot de rondeweg is tot op heden nog duidelijk te zien.

 

 

 

De 2 zalen zijn voorzien van een permanente tentoonstelling, in perfecte harmonie met het begouw, een statig fort van   de XII tot de XX eeuw, uitgegroeid tot een hoogtepunt van de regio Mons.

 Op de benedenverdieping : de beroemde windhanen en stutten waaronder Chanoine Puissant, om hen te redden,  geschonken  aan de stad in 1930.  Ze werden teruggestuurd naar het kasteel.


 Op de 1e verdieping bevindt zich een set van wapens en wapenuitrustingen, evenals meubels uit de XVI en XVII eeuw uit de collecties  van  Kanunnik Puissant.

 

 

 

 

 

 

De gastentoren

“Gespleten toren” genoemd. De dikte van zijn muren, 2,50m, liet toe overeind te blijven niettegenstaande de enorme barsten. Plafonds en tussenplafonds zijn ingevallen, wat ons nu toelaat vier prachtige schouwen te zien.  Een netwerk, van in de dikke muren ingebouwde gewelfde gangen, verschafte toegang tot de andere verdiepingen.

 

 

 

 De keukentoren

 Het metselwerk in baksteen is aan de buitenkant met een zandstenen laag bedekt.  Het gelijkvloers  omvat  een gerestaureerde  mooie gotische zaal waarvan het  gewelf door twee kruisbogen in  kalksteen wordt gedragen.  De versierde  draagstenen  hebben sluitstenen waarin het wapenschild  weergegeven wordt van de familie  Enghien. Een wenteltrap leidt naar de woonkamer van de  hertogen,  alsook naar de ziekenzaal waar de gekwetste jonge prins verzorgd werd door Ambroise Paré

 

 

 

 De kapel

 Deze kapel, gewijd aan Johannes de Doper, werd reeds vermeld vanaf 1370. Drie boogvormige vensters zorge voor het nodige  daglicht. Het gewelf met kruisbogen, die  steunen op de ingebouwde zuilen, is in witte zandsteen, met nerven in blauwe hardsteen.  De gewelfsleutel van de eerste kruising dragt het wapenschild van de Enghiens.  Deze van de tweede kruising is beschildert  met het wapenschild van de Croÿ's. Links van de ingang is er een console, spijtig genoeg beschadigd, dat een liggende man  voorstelt.

 

  

 De oostelijke vleugel.

 Het booggewelf in hardsteen, aan de kant van de gotische zaal,  behoort tot de oorspronkelijke walmuur. Deze vertoont nog  enkele treden van de voormalige rondweg. De houten schoren, die  de (nu verdwenen) stoere eiken balken ondersteunden, zijn nu  tentoongesteld in de wachterstoren. Deze zware eiken stukken  van 1,50m hoog zijn gesculpteerd met de wapenschilden van de  Croÿ’s en aanverwante families.

De vleugel van Anne van  Lotharingen bevindt zich voor het ogenblik in een erg bouwvallige staat.

 

 

 

 

 De oude slottoren

 Deze toren, meestal “Toren van Enghien” genoemd, werd opgetrokken volgens een achthoekig plan. De eerste drie verdiepingen dateren uit

 de XIVe eeuw. Terwijl het vierde gedeelte uit de eigenlijke “bulbe” bestaat. Het omringende terras werd dikker gebouwd om te kunnen weerstaan

 aan zwaardere kanonnen. De balustrade die er omheen liep is nu verdwenen. De bulbe, het symbolisch element van het domein dateert uit de 17e eeuw

 

 

 


 

 

De tuinen

 

Na het oversteken van de tuin van de conciërge krijgt de bezoeker toegang tot de bloementuinen.
Zittend op één van de vele bankjes, in de schaduw van verschillende soorten bomen heeft de bezoeker een prachtig uitzicht op het kasteel.

Een tuin van 6 000 m2 met een parfum van rozen, bestond uit 3 500 rozenstruiken met wel 100 variëteiten.
Het ontwerp is geïnspireerd op de vorm van een diamant met vele facetten.